Buitenlandse telers leren ondernemen bij Royal Pride

“Artikel Groentennieuws”

Tholen - Nederlandse toeleveranciers zetten in het buitenland mooie projecten weg, maar door gebrek aan praktische kennis van de lokale mensen, vallen de resultaten vaak tegen. Met de Horticultural Business School proberen Prins Group, Stolze en Royal Pride daar verandering in te brengen. Frank van Kleef vertelt. “Telen is meer dan leren hoe een gewas groeit.”

“We zien en horen vaak dat projecten in het buitenland niet succesvol zijn. Dit komt meestal door een gebrek aan kennis op alle gebieden. Niet alleen teelt, maar ook organisatie, arbeid, techniek, marketing, sales, energie”, somt Frank van Kleef van Royal Pride op. Bij de verkoop wordt vaak bedongen dat een Nederlandse teler het project opstart. “Maar uiteindelijk gaan deze mensen weg. Dan zie je dat de kennis vaak niet voldoende is overgedragen.” Ook niet zo gek, vindt hij. “Iets waar je zelf 20 jaar over doet om het je eigen te maken, dat leer je niet zomaar even aan iemand die nog nooit met tuinbouw te maken gehad heeft.”

Beloftes
De gevolgen echter van zo’n situatie zijn ook voor Nederlandse bedrijven vervelend. “Nederlandse toeleveranciers krijgen steeds vaker het verwijt dat ze spullen verkopen die niet werken en dat ze beloftes niet waarmaken”, vertelt Van Kleef. “Het is makkelijk gezegd dat je in Rusland bijvoorbeeld uit een moderne kas 80 kg/m2 kunt oogsten. Maar, dan zul je wel de juiste keuzes moeten maken op technisch gebied en de mensen goed op moeten leiden.” Aan beide schort het nogal eens. “En dan krijgen de zaadbedrijven bijvoorbeeld het verwijt dat hun rassen niet doen wat beloofd is.”

Om hier verandering in te brengen, hebben Royal Pride, Prins Group en Stolze in 2013 de Horticultural Business School opgericht. Het doel van de onderneming is medewerkers van buitenlandse bedrijven in de praktijk op te leiden.

Theorie naar praktijk
Om de kennis over te dragen, heeft de HBS mensen uit China en de UK aangenomen, met bijvoorbeeld een master in Plant Science van de WUR. “Ze hebben laten zien dat ze over een goed stel hersens beschikken en geïnteresseerd zijn in het telen van gewassen”, vertelt Van Kleef. “En ze zijn afkomstig uit landen, uit regio’s waar projecten gerealiseerd worden. Daar zoeken we naar: Naast alle kennis die we hun kunnen brengen is het ook noodzakelijk om het klimaat en de cultuur van een regio te kennen.” Zo kan brede kennis overgedragen en dat is volgens Van Kleef van belang. “Telen is meer dan leren hoe een gewas groeit. Ze leren bij ons hoe ze hun theoretische kennis, die van een heel hoog niveau is, in de praktijk moeten brengen. Door ze te begeleiden bij alle andere aspecten die nodig zijn om een bedrijf rendabel te maken, maken we ondernemers van ze.”

Eigen tuin
De opleiding wordt afgerond met een stuk praktijk. Bij Royal Pride krijgen de deelnemers de volledige verantwoording over een eigen tuin van 700 m2. “Daarmee kunnen ze laten zien of ze het allemaal begrepen hebben. En waar het niet zo is, zetten we de puntjes op de i.” De verwachtingen van Van Kleef zijn reëel: ook na een opleiding ben je nog geen volledige ondernemer en op een eigen bedrijf lopen zaken alsnog anders dan je verwacht. “Maar ze hebben wel een globaal beeld van hoe de verschillende facetten in elkaar grijpen en hoe ze moeten bijsturen als het ergens niet optimaal gaat.”

Het hele artikel kunt u lezen op Groentennieuws